Fiets je elke ochtend twintig minuten naar je werk of loop je alleen van de auto naar de voordeur? Het antwoord bepaalt welke winterjas voor heren bij je past, meer dan het model dat je mooi vindt. Drie dingen sturen de keuze: hoeveel je beweegt, hoe nat je onderweg raakt en wat je onder de jas draagt.
Wie fietst of stevig doorloopt, maakt zelf warmte en heeft een waterdichte jas nodig die zweet afvoert. Sta je lang stil in droge kou, dan houdt dons je het warmst bij het laagste gewicht. Draag je een colbert, dan kom je uit bij een wollen jas die daar ruim overheen valt.
Begin bij je gebruik, niet bij het model
Zoek in de tabel de situatie die het meest op jouw winter lijkt. Herken je er twee, kies dan voor de situatie waarin je de jas het vaakst draagt.
|
Jouw situatie |
Wat de jas moet doen |
Model dat past |
|
Dagelijks fietsen of lopen naar werk of station |
Regen en wind tegenhouden, zweet afvoeren, vrij bewegen |
Parka of gewatteerde jas met synthetische vulling en een waterdichte buitenstof |
|
Vooral auto, korte stukken buiten |
Niet te warm zijn binnen, snel aan en uit |
Korte gewatteerde jas of een wollen jas |
|
Lang stilstaan in de kou, zoals langs het sportveld |
Zo veel mogelijk warmte vasthouden, ook over de heupen |
Lange gewatteerde jas met dons of een dik gevoerde parka |
|
Colbert of pak eronder |
Ruim over het colbert vallen en het helemaal bedekken |
Wollen overjas tot net boven de knie |
|
Veel onderweg en in beweging op frisse dagen |
Wind tegenhouden zonder dat je het benauwd krijgt |
Softshell, met op koude dagen een trui eronder |
De reis naar je werk weegt het zwaarst, omdat je die elke dag maakt. Wie te voet, op de fiets of op de scooter gaat en toch netjes op zijn werk wil aankomen, heeft een jas nodig die wind en regen doorstaat.
Winterjas heren in vier modellen
De meeste winterjassen vallen in een van deze vier modellen. Het verschil zit in de lengte, de buitenstof en de manier waarop de jas warmte vasthoudt.
Parka
Een parka heeft een capuchon en veel zakken. De capuchon, vaak gevoerd, beschermt je hoofd tegen wind, wat je op de fiets en op een winderig perron meteen merkt. De buitenkant is waterafstotend of waterdicht en dat verschil telt: fiets je dagelijks, kies dan een parka met een waterdichte buitenstof en afgeplakte naden. Het model oogt sportief.
Gewatteerde jas
De gewatteerde jas, ook wel puffer genoemd, heeft een doorgestikte buitenkant met een vulling van dons of synthetische vezels. Die vulling houdt lucht vast en lucht isoleert. Het model bestaat in korte uitvoeringen en in lange, die ook je bovenbenen bedekken.
Wollen jas
De wollen jas, ook overjas of mantel genoemd, is het nette model met een kraag en revers. Je draagt hem over een colbert of een trui. Een dikke, dichte wollen stof houdt wind en kou goed tegen, maar tegen regen beschermt wol minder dan een jas met een waterdichte buitenstof.
Softshell
Een softshell is licht en soepel en houdt de meeste wind tegen. Het is niet de warmste jas van de vier, dus hij past vooral bij wie veel onderweg is en in beweging blijft.
Dons, synthetische vulling of wol
Het materiaal bepaalt hoe warm de jas is en hoe hij zich houdt als het nat wordt. Elk van de drie heeft één duidelijke sterke kant.
- Dons geeft de meeste warmte per gram en laat zich klein samendrukken. Nat dons klontert en verliest vrijwel al zijn isolerende werking (bron: Wikipedia, Down feather). Een donsjas heeft dus een buitenstof nodig die regen tegenhoudt.
- Synthetische vulling is zwaarder voor dezelfde warmte, maar kan beter tegen vocht en is meestal goedkoper (bron: Switchback Travel). Voor wie dagelijks door de regen fietst is dat de veiligere keuze.
- Wol neemt ongeveer 30 tot 40 procent van zijn eigen gewicht aan vocht op zonder nat aan te voelen en blijft warm als de stof klam is. Grovere wol, die in jassen zit, geeft een dichte stof die wind tegenhoudt en van nature water afstoot (bron: ERR News).
Kijk bij een wollen jas op het label naar het aandeel wol. Een beetje polyester maakt de stof sterker, dus 90 procent wol met 10 procent polyester is geen slecht teken. Zakt het aandeel naar 70 procent of lager, dan is er waarschijnlijk op de stof bespaard en is de jas minder geschikt voor de koudste weken (bron: MaleFashionAdvice).
Wat de cijfers op het label zeggen
Op het kaartje van een gewatteerde of waterdichte winterjas kom je drie getallen tegen: vulkracht, waterkolom en ademend vermogen. Wie ze kan lezen, vergelijkt twee jassen in één minuut.
Vulkracht zegt hoeveel ruimte een vaste hoeveelheid dons inneemt, gemeten in kubieke inch per ounce. Hoe hoger het getal, hoe beter het dons isoleert bij hetzelfde gewicht. Dons van 500 tot 650 is warm en licht genoeg voor de meeste omstandigheden, terwijl 800 tot 900 bedoeld is voor heel lichte jassen en strenge kou (bron: Wikipedia, Down feather).
De waterkolom, in millimeters, geeft aan hoeveel waterdruk de stof aankan voordat hij doorlekt. Consumentenprogramma Kassa hanteert deze indeling:
|
Waterkolom |
Wat het in de praktijk betekent |
|
Tot 1.000 mm |
Waterafstotend, droog bij een lichte bui |
|
1.000 tot 5.000 mm |
In naam waterdicht, maar lekt door bij druk, bijvoorbeeld als je met een natte jas gaat zitten |
|
5.000 tot 15.000 mm |
Waterdicht en bestand tegen een zware bui |
|
Vanaf 15.000 mm |
Volledig waterdicht, ook onder de banden van een rugzak |
Het stikwerk telt mee, want elke naad laat gaatjes achter. Een jas is pas echt waterdicht als de naden zijn afgeplakt of gelast (bron: Kassa, BNNVARA, juni 2024).
Het ademend vermogen staat op het label in gram waterdamp per vierkante meter per 24 uur. Onder de 5.000 ga je snel zweten en tussen 5.000 en 10.000 zit gewone buitenkleding. Fiets of wandel je in de jas, zoek dan 10.000 of hoger, de klasse die Kassa geschikt noemt voor lichte inspanning.
Reken de laag eronder mee
Een winterjas die in een T-shirt goed zit, knelt zodra er een dikke trui onder moet. Bedenk daarom vooraf wat je in de winter het vaakst draagt. Onder een ruime jas past een oversized hoodie of een cardigan, terwijl een aansluitend model alleen ruimte laat voor een overhemd met een dunne trui.
Over een colbert gelden twee vaste punten. De mouw van de jas is iets langer dan de colbertmouw. De zoom van de jas eindigt net boven de knie (bron: MaleFashionAdvice). Draag je de jas alleen casual, dan mag hij korter zijn, tot halverwege het bovenbeen.
Maten verschillen per merk. Een maat 50 of L van het ene merk valt anders dan die van het andere. Ga daarom af op de maattabel van het merk en op hoe de jas zit, niet op het getal in je vorige jas.
Welke kleur bij je kast past
Een winterjas draag je maandenlang bijna elke dag, dus de kleur moet bij de rest van je kast passen. Camel oogt het meest casual, daarna komen kleuren als olijfgroen en bordeaux, dan grijs, dan donkerblauw en als meest formele kleur zwart (bron: MaleFashionAdvice). Grijs zit in het midden en donkerblauw net aan de formele kant, waardoor beide zowel bij een spijkerbroek als bij een pantalon passen. Heb je al een donkere jas, dan geeft een van de bruintinten of zandkleuren je meer afwisseling.
Pascontrole in de winkel
Neem de dikste trui of het colbert mee dat je onder de jas wilt dragen en trek die aan voordat je past. Vaste maatregels zijn er niet, want elk merk snijdt anders. Deze vijf bewegingen laten wel zien of de jas genoeg ruimte heeft voor jouw gebruik.
- Rits of knoop de jas helemaal dicht. Trekt de stof over je borst of buik, dan is hij te krap voor de laag eronder.
- Strek beide armen naar voren, zoals aan een fietsstuur. De mouwen horen je polsen te blijven bedekken.
- Kruis je armen voor je borst. Voel je de rug spannen, pas dan een maat groter.
- Ga zitten met de jas dicht. Een lange jas mag niet omhoog kruipen tot onder je kin.
- Zet de capuchon op en draai je hoofd naar links en rechts. Je moet over je schouder blijven kijken zonder dat de capuchon voor je ogen schuift.
Zit de jas op alle vijf punten goed met je winterlaag eronder, dan heb je de juiste maat van dat merk. Twijfel je tussen twee maten, neem dan de maat waarin je met die laag eronder vrij beweegt.

