Een kostuum en een pak zijn hetzelfde kledingstuk: een colbert met een bijpassende pantalon, soms aangevuld met een gilet. Het colbert is dus alleen het jasje en dat draag je ook los op een andere broek. Welk woord je kiest verandert niets aan wat je aantrekt. Of het goed staat hangt af van de pasvorm, die je op een paar vaste punten controleert.
Met het woord kostuum bedoelen mensen ook verkleedkleding. Deze pagina gaat over het herenpak: hoe het hoort te zitten, hoe de maten werken en waar je op let bij de aankoop.
De pasvorm van een kostuum op vier punten
Een goed passend pak knelt nergens en hangt nergens. Dat geldt voor elk postuur en voor elke snit, want de vier punten hieronder gaan over lengte en aansluiting en niet over een bepaalde maat (bron: maatgids van Hugo Boss).
- Schouder: de schoudernaad van het jasje eindigt waar je bovenarm begint. Kreukt de stof bij de schouders, dan is het jasje te smal. Steken kraag en revers uit, dan is het te breed.
- Mouw: je hand is helemaal zichtbaar en onder de mouw komt ongeveer één centimeter van je overhemd uit.
- Jaslengte: hoe lang het jasje is, blijft een kwestie van smaak, zolang het aan de achterkant over je zitvlak valt.
- Broek: een smalle pijp rust met een kleine plooi op je schoen. Een wijdere pijp eindigt bij de hak, zodat je sokken uit het zicht blijven.
Hoe ruim het geheel valt, kies je met de snit. Slim fit is smal gesneden en getailleerd, met smalle mouwen en pijpen. Regular fit is rechter en geeft meer bewegingsruimte. Comfort fit is de ruimste van de drie, met een jasje zonder taillering. Geen van de drie is beter dan de andere: pas ze allemaal en neem de snit waarin je vrij beweegt en jezelf herkent.
Pakmaten in drie reeksen
Europese pakmaten lopen in drie reeksen, ingedeeld op lichaamslengte en bouw. De namen en getallen in de tabel komen uit dezelfde maatgids van Hugo Boss. De maat op het label geldt voor het jasje en de broek samen.
|
Reeks |
Maten |
Bedoeld voor |
|
Normaal |
44 tot 62 |
Een lengte van 166 tot 191 cm |
|
Slank |
90 tot 118 |
Een lengte van 175 tot 200 cm en een smallere taille |
|
Stevig |
23 tot 30 |
Een lengte van 166 tot 184 cm en meer ruimte rond de buik |
Die getallen zijn een startpunt. Maten verschillen per merk en per land, dus dezelfde maat valt bij het ene merk ruimer dan bij het andere. Pas daarom altijd, ook als je je maat denkt te kennen. Zit het jasje goed maar de broek niet, dan koop je colbert en pantalon los in twee verschillende maten. Winkels noemen dat een combinatiepak.
Het colbert als los jasje
Een colbert hoort bij een kostuum, maar je draagt het ook zonder de bijpassende broek. Dan lijkt het op een blazer en die twee halen mensen vaak door elkaar. De blazer is een los jasje zonder bijpassende pantalon en van oorsprong het sportievere van de twee. Het colbert ligt in snit dichter bij de kostuumjas.
Het jasje sluit met één rij knopen of met twee. Eén rij is de klassieke vorm, die je zakelijk en feestelijk draagt. Bij een jasje met twee knopen doe je de bovenste dicht en laat je de onderste open. Een jasje met twee rijen knopen houd je gesloten, ook als je zit.
Los combineer je het jasje met een pantalon in een andere kleur, bijvoorbeeld donkerblauw boven grijs. Onder die pantalon passen ook loafers, die dan als nette herenschoen dienstdoen.
Tweedelig of driedelig kostuum en wat je erbij draagt
Een tweedelig kostuum bestaat uit een colbert en een pantalon. Bij een driedelig kostuum komt daar een gilet bij, het vest dat je onder het jasje draagt. Dat gilet geeft het geheel een chiquere uitstraling en een extra onderdeel om mee te variëren.
De rest van de outfit bepaalt hoe het pak overkomt:
- Overhemd: draag lange mouwen, zodat de manchet onder de mouw van het jasje uitkomt. Bij een overhemd kiezen let je op stof, maat en manchet. De kraag stem je af op de revers.
- Patroon: met de stijl van je overhemd, effen of met een patroon, maak je hetzelfde pak rustiger of juist opvallender.
- Stropdas: de das is een van de eerste dingen die opvallen. Rood werkt goed bij een donkerblauw pak met een lichtblauw overhemd, al verschilt per tint rood welke kleur pak bij een rode stropdas past.
- Pochet en manchetknopen: kleine details waarmee je het jasje persoonlijker maakt.
- Riem en schoenen: kies ze in dezelfde kleur en hetzelfde materiaal.
Pak kopen op gelegenheid, stof en maakwijze
Een pak kopen begint met de vraag waarvoor je het draagt. Voor kantoor en zakelijke afspraken zijn donkerblauw en grijs de gebruikelijke keuze, omdat ze bij veel overhemden en dassen passen. Voor een bruiloft of een zomers feest mag het lichter, zoals beige of lichtblauw.
Daarna kijk je naar de stof, want die bepaalt hoe warm het pak is en hoe het valt:
- Wol: valt stevig, ademt en gaat lang mee. Lichte wol draag je ook in de zomer, flanel en tweed zijn voor de winter.
- Linnen en katoen: licht en luchtig voor warme dagen. Linnen kreukt snel, een mengsel met katoen doet dat minder.
- Mengsels met polyester of stretch: slijtvast, eenvoudig in onderhoud en soepel als je beweegt.
Dan de maakwijze. Confectie is een pak in een vaste maat, zoals het in de winkel hangt. Let daarbij eerst op de schouders, want de schouderpartij geldt als het belangrijkste deel van een colbert: valt het jasje daar niet goed, dan valt de rest ook niet goed.
Zit het pak bijna goed, dan laat je het vermaken. Een kleermaker kort mouwen en broekspijpen in en neemt het jasje in. Zit je tussen twee maten, neem dan de grotere en laat die innemen, zolang de schouders passen.
Bij maatwerk gaat de kleermaker uit van jouw eigen maten en kies je zelf details als de voering, de breedte van de revers en de knopen. Koop je online, meet dan je borstomvang, taille en binnenbeenlengte op en leg die naast de maattabel van het merk.
Paslijst voor in de paskamer
Trek het overhemd en de schoenen aan die je bij het pak gaat dragen en loop deze zeven punten na:
- Ga zijdelings tegen een muur staan. Raakt de schouder van het jasje de muur eerder dan je arm, dan is het te breed.
- Sluit de knoop. Het jasje trekt niet, de revers liggen vlak en je maakt de knoop met één hand weer los.
- Steek op borsthoogte twee vingers in het gesloten jasje. Past dat precies, dan zit de borst goed.
- Laat je armen hangen. Onder de mouw is een rand van je overhemd te zien.
- Bekijk je rug in de spiegel. Het jasje valt over je zitvlak.
- Ga zitten. De broek trekt niet en de pijpen schuiven niet verder omhoog dan de onderkant van je kuit.
- Sta op en kijk naar je schoenen. De pijp rust er met een kleine plooi op of eindigt bij de hak.
Klopt een van de zeven niet, pas dan eerst een andere maat of snit voordat je aan vermaken denkt.

